• Laura, waar ben je gebleven?

goed ontmoet.

Zoals elke zondagochtend is de kat te vroeg wakker.

Zoals elke zondagochtend keer ik me nog eens om.

Zoals elke zondagochtend sta ik uiteindelijk toch op.

Ik begin de dag met een tas hete soep en hete douche.

Daarna kleed ik me aan en ga de deur uit.

Te voet, op de tonen van de in mijn oor klinkende beat, wandel ik de drukke weg over, langs het museum tot bij de koffiebar.

Daar staan twee lachende gezichten klaar.

Alsof ze op mij wachten.

Bestellen hoeft niet meer.

- Een hete koffie met gestoomde melk.

Dat werd niet gezegd.

Zoals elke zondagochtend…


Met drie boeken in mijn tas heb ik keuze.

Eerst een praatje met de twee wachtende mensen.

Ik vertel over mijn nieuwe plantjes. Dat plantjes meestal niet lang leven bij mij.

Dat hoe meer aandacht ik ze geef, hoe sneller ze dood gaan.

Word ik onderbroken door een jongeman.

Gevraagd wordt of hij mijn telefoon mag gebruiken, de zijne is gisteren gepikt, of kwijt, of hij is er in ieder geval niet meer, hij heeft geen idee.

- Goeiemorgen. Ik heb een vraag. Zou ik uw telefoon mogen gebruiken, alsjeblieft? -

Dat werd niet gezegd.


Gewoon rechttoe: 'Kan ik even bellen?'

Ik blik naar de twee wachtende gezichten.

Zij blikken terug.

Een kleine glimlachkrul versiert mijn mondhoek.

Ik luister het gesprek af.

- Ja, gsm gepikt, of kwijt, of in ieder geval, ik heb hem niet meer, geen idee.

Hij legt af.

Hij vraagt of ik nog blijf zitten, misschien heeft hij hem dadelijk nog eens nodig.

Hij knipoogt.

Hij stapt weg, tot aan het derde huis. Daar staat hij te wachten voor de deur.

Ik vertel verder over de planten en hoe ze sterven in mijn huis. Ongewild.

Zoals elke zondagochtend neem ik mijn boek.

Zoals elke zondagochtend drink ik mijn koffie.

Zoals elke zondagochtend,

ontmoetingen

met de kat in bed,

met overlevende planten,

en aan de koffiebar met een knipoog.


0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven