• Laura

soms denkt mevrouw De Poes dat ze mijn moeder is.


Ik nam een kat, uit gezelschapszin, iemand om voor te zorgen.

Maar soms krijg ik het gevoel dat ze eerder een controlerende functie uitoefent.

Wat me terug doet denken aan mijn tienerjaren. De jaren dat ik nog thuis woonde en mijn doen en laten nauwkeurig werd opgevolgd.


Ik spreek af met vriendinnen. Er vloeit best wat wijn.

Rijden zit er niet meer in.

Dan maak ik daar mijn bed op en blijf ik de nacht.

Mevrouw De Poes zit een nacht alleen.

Normaal slaapt ze bij mij, in mijn bed.

Dan komt ze tegen mij gewreven. Met haar billen in mijn gezicht.

Liefde tonen noemt ze dat.


Wanneer ik ’s nachts niet thuis ben dan kan het spreekwoord ‘als de kat van huis is, dansen de muizen’ wel opgaan, maar dan in andere vorm.

Ik ben de spreekwoordelijke kat, mevrouw De Poes is de spreekwoordelijke muis.

Ik vermoed dat ze het bont maakt, wat zou ik graag eens een vlieg zijn.

Hoe spendeert zij de uren?

Het moet er nogal stevig aan toegaan.

Bij thuiskomst liggen mijn boeken elke keer weer verspreid over de vloer.

En mijn schoenen die twee per twee naast elkaar staan te wachten liggen opeens in alle hoeken van de kamer. Wanneer ik de deur open, zit zij te wachten.

In zithouding, op de mat, met een blik die mijn moeder me ook wel eens gaf als ik te laat thuis kwam:

‘Waar denken we dat we geweest zijn heel de nacht?’


Als ik thuiskom komt ze normaal flodderend en schurkend tegen me aan spinnen.

Gooit ze haar voor mijn voeten op haar rug - aandacht, graag!

Maar vandaag moet ik er niet aan denken om haar even op te pakken of te knuffelen.

En ook de komende uren maakt ze duidelijk dat ze niet gediend is met mijn nalatend gedrag.

Moest mevrouw De Poes kunnen spreken, ik zou het nogal te horen krijgen.

Aangezien ze die eigenschap niet bezit, is het een urenlang stilzwijgen.

Als een wilde tijger het huis rondcrossen, nog wat planten omver lopen.

Zonder schuldgevoel en met een blik van - los het maar op.

De eerste uren moet ik niet proberen een verzoeningsoffensief te starten, want dat gaat pas van start wanneer zij dat wil.

Wanneer ze er eindelijk toegekomen is enige vergeving te brengen, hangt ze weer heel de tijd aan mijn lijf.

Zit ik even in de zetel, dan komt ze erbij zitten, en geeft ze een blik alsof ze zegt ‘Niets anders te doen?’

Ben ik in de keuken, zet ze zich op het aanrecht, alsof ze kijkt of ik alles wel goed doe.

Ligt er ergens een nieuw voorwerp, dan steekt ze haar neus erin, en wil ze weten wat het is en hoe het werkt.

Moest ze kunnen spreken, ze vroeg me de kleren van het lijf.

Dat beest.


Al heeft ze de controlerende functie goed onder de knie.

Ze maakt het goed met haar schattige snoet, haar warmte in koude winterdagen, haar spinnende begroetingen bij mijn thuiskomst, haar nesteldrang in mijn schoot,

want dat is ook wat moeders doen, eerst bezorgd zijn en daarna liefde geven.

0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven